Tekstbegrip E3

Klik op het juiste antwoord

1 / 10

Vraag 1 van 10
Tom heeft een hond. De hond heet Max. Max houdt van rennen.

Hoe heet de hond van Tom?
Vraag 2 van 10
Tom heeft een hond. De hond heet Max. Max houdt van rennen.

Wat doet Max graag?
Vraag 3 van 10
Lisa gaat naar school. Ze neemt haar rugzak mee. In de rugzak zit een boek.

Wat zit in de rugzak?
Vraag 4 van 10
Het regent. Piet pakt zijn paraplu. Hij wil droog blijven.

Waarom pakt Piet een paraplu?
Vraag 5 van 10
Anna heeft dorst. Ze pakt een glas. Ze schenkt water in.

Wat schenkt Anna in?
Vraag 6 van 10
De zon schijnt. Kinderen spelen buiten. Ze lachen en rennen.

Hoe is het weer?
Vraag 7 van 10
Jan gaat slapen. Hij poetst zijn tanden. Dan trekt hij zijn pyjama aan.

Wat doet Jan als laatste?
Vraag 8 van 10
De vogel zit in de boom. Hij zingt een liedje. De vogel heeft gele vleugels.

Welke kleur hebben de vleugels?
Vraag 9 van 10
Kim bakt een taart. Ze heeft bloem, eieren en suiker nodig. De taart gaat in de oven.

Waar gaat de taart in?
Vraag 10 van 10
Sam heeft een fiets. De fiets is rood. Sam rijdt elke dag naar school.

Welke kleur heeft de fiets?
vragen goed
📋 Overzicht van jouw antwoorden
#✓/✗VraagJuiste antwoord


← Terug naar overzicht