Home

Werkwoorden M7 (oefening 1)

Vul de juiste werkwoordsvormen in.


1. Binnenkort (rijden) Sandra op een elektrische fiets naar school.

2. Ingeborg (vieren) haar verjaardag een week geleden.

3. (schaden) je de bomen daarmee niet?

4. De visser (doden) de vis direct nadat hij hem gevangen had.

5. Morgen gaan we (klussen) .

6. Toen (vinden) je het nog grappig.

7. Gisteren (kleden) Matthijs en Daan zich netjes voor het feest.

8. Marlies (kruiden) het vlees nu.

9. Ik (beginnen) met zingen toen ik 4 jaar was.

10. Dat (redden) je vast wel.