Home

Werkwoorden E7 (oefening 2)

Vul de juiste werkwoordsvormen in.

1. Na het kamp van vorige week (maffen) Jill 13 uur achter elkaar.

2. Heb je het zelf al (proberen) ?

3. Hoe (worden) je zo snel mogelijk rijk?

4. Enkele rotsen (brokkelen) toen al af.

5. Heb je hem echt (geloven) ?

6. Het sieraad (glimmen) weer mooi, toen ik het gepoetst had.

7. Opa (biljarten) nog regelmatig, toen hij in het verzorgingstehuis opgenomen was.

8. Zal de haai onze tijd (overleven) ?

9. Morgen (snellen) Maud direct uit school naar de speelgoedwinkel.

10. Op dat moment (weten) we nog niet, dat het al te laat was.